Van kienen tot colleges. In gesprek met de moedergroep
Sinds de start van de Manjefiek colleges in Oktober 2017 is de moedergroep een van de vaste bezoekers. Wie zijn deze moeders eigenlijk en wat brengt ze bij de universiteit met de Buurt? Ik ging op bezoek tijdens hun vaste avond.

Wie zijn de moeders?
De zes moeders die er vanavond zijn stellen zich voor: Elly, Loes, Nettie, Pina, Dianne en Thea. Hun kinderen zijn bijna allemaal volwassen en uitgevlogen. Sommige moeders zitten al meer dan 30 jaar bij de moedergroep. Het is ooit begonnen tijdens de voetbalavonden op TV. Als de mannen thuis voetbal keken en de kinderen lagen op bed, konden de moeders er eens uit, ook als ze niet veel te besteden hadden. Nettie, de voorzitter en penningmeester slaat haar schrift open: de moedergroep is in 1976 opgericht door Mimi Hilven die recent overleden is. De groep is nu wat kleiner dan vroeger, maar het is een heel sterke groep vertelt Thea: ‘het onderlinge gevoel zit goed’. De moedergroep heeft bovendien de uitdaging aangenomen om een buurtkrantje uit te brengen nu de buurtgazet ermee gestopt is.

Wat brengt de moedergroep naar de Manjefiek-colleges?
De groep heeft een gevarieerd programma, meestal op de woensdagavonden. Kienen wordt afgewisseld met excursies, informatieavonden en sinds dit jaar de Manjefiek colleges. Ze kozen voor de colleges omdat ze hier iets van konden opsteken. Thea legt uit: ‘veel mensen denken, universiteit, dat zijn hoger opgeleiden, Kan ik dat wel begrijpen? Om ons heen zijn er niet veel mensen die bij de universiteit geleerd hebben. Maar het is toch voor veel mensen wel interessant’. Elly stelt voor: ‘Misschien is het leuk om ook sprekers uit de buurt te vragen. Dan denken mensen, die ken ik, dan kom ik ook.’

Wat blijft hangen?
Hier noemt iedereen wat anders, het hangt af van de onderwerpen waar ze zelf mee te maken hebben. Atrose en dementie is voor veel moeders actueel. Van het laatste college over het brein en dementie heeft Elly onthouden dat het spreken van verschillende dialecten goed is voor je brein: ‘Ik spreek Maastrichts dialect, Eijsdens en Nederlands, het is maar net wie ik aankijk: Friet, frit, patat’. Thea heeft vooral onthouden dat je ook op jongere leeftijd voor je zestigste kan gaan dementeren, ook al komt dat veel minder vaak voor. Een enkele keer pakte het college wat anders uit dan verwacht. Na het college over voeding wisten ze eigenlijk nog weinig over gezond eten, zo legt Thea uit: ‘Ik had eigenlijk verwacht dat ze zouden vertellen; om zoveel kilo af te vallen kan je dit veranderen in je voedingspatroon’. Elly: ‘het is vooral leuk als het een beetje licht blijft en als er wat actie bij is, zoals met die apparaatjes’. Dit was het college ‘Is meten ook weten?’ Studenten van Zuyd Hogeschool lieten het publiek kennismaken met technische snufjes zoals de knijpkrachtmeter, stappenteller, en een leugendetector.

Wat kunnen de ‘hoogopgeleide experts’ leren van ervaringen uit de buurt?
De verhalen van de groep laten zien dat specialisten in de zorg ervaringen van patiënten soms niet goed begrijpen. Loes vertelt over een lang traject waarin ze verlichting van de pijn door artrose zocht. Na een informatieavond, veel telefoontjes, gesprekken en misverstanden kreeg ze van de pijnspecialist het advies om veel paracetamol te slikken. ‘Ja ik weet ook dat ik niet beter kan worden, maar waarom moet ik naar zo’n informatieavond om uiteindelijk zo’n antwoord te krijgen, daar had ik toch wat anders van verwacht’. Nettie geeft andere voorbeelden die laten zien dat ook apothekers hardleers kunnen zijn, en haar steeds de verkeerde variant van een medicijn meegaven, ondanks haar uitleg dat ze daar slecht op reageerde. ‘Waarom staat er dan “medische noodzaak” bij een recept als de apotheker iets anders kan besluiten?’ Gezondheidsexperts zouden van deze ervaringskennis veel kunnen leren.

Welke onderwerpen verdienen aandacht in de colleges?
De groep brengt vooral sociale onderwerpen naar voren die met gezondheid te maken hebben: de weg vinden in de zorg, de wijkverpleging, burenhulp, en waar kan je hulp vragen als je met een gebroken enkel thuis zit? Daarnaast is armoede een groot probleem dat meer aandacht verdient. Loes legt uit dat zij zich vooral zorgen maakt dat mensen met weinig geld te laat naar een dokter gaan omdat ze dan toch iets moeten betalen. ‘Het spreekwoord is toch “klagers hebben geen nood” de mensen die het echt met heel weinig moeten doen die hoor je niet zo snel.’ Nettie vult aan dat we het probleem met de apothekers ook eens kunnen aankaarten, ‘er is veel ruzie bij die apothekers hier omdat er voor alles betaald moet worden’. Zo vragen ze bijvoorbeeld 12,95 voor “handelingskosten”, maar het is voor patiënten onduidelijk waarom. De moeders bespreken de toegenomen verschillen tussen arm en rijk. Ze denken niet dat iedereen gelijk moet worden aan elkaar maar de verschillen worden nu wel erg groot, en mensen leven steeds meer op zichzelf. Dat is ook een onderwerp: ‘hoe ga je dit in een land veranderen, dat je weer wat saamhorigheid krijgt?’
Deze tips nemen we mee naar de ‘Universiteitsraad’ 20 juni 2018, waarin mensen uit de buurt en andere betrokkenen in gesprek gaan over het programma voor volgend jaar. Met een hapje en een drankje kijken we terug op de activiteiten van de Universiteit met de Buurt van het afgelopen jaar en bespreken we ideeën voor volgend jaar. Wie mee wil denken kan zich aanmelden bij metdebuurt@maastrichtuniversity.nl

Mare Knibbe